Sint Anthonis: 0485-383611

Eindhoven (Son): 040-7820192

Beek en Donk: 0492-780162

welkom

Sint Anthonis:
(0485) 383611

Eindhoven (Son):
(040) 7820192

Beek en Donk:
(0492) 780162

Coulancetermijn aanpassing pensioenvoorziening in eigen beheer

De staatssecretaris van Financiën heeft een besluit met de uitwerking van de coulancetermijn voor aanpassing van een pensioenvoorziening in eigen beheer gepubliceerd. Dga’s hebben tot en met 30 juni 2017 de tijd voor:

  • het premievrij maken van het in eigen beheer opgebouwde pensioen;
  • het overbrengen van elders verzekerd pensioen naar de eigen bv;
  • het aanpassen van de pensioenbrief;
  • de besluitvorming in de algemene vergadering over het pensioen.

Op grond van de goedkeuring blijft een bv met een pensioen in eigen beheer tijdens de coulancetermijn een toegelaten verzekeraar in de zin van de loonbelasting. Dat betekent dat ook pensioenopbouw tijdens de coulancetermijn mogelijk is, mits deze is gebaseerd op een reeds bestaande pensioenregeling. Het tijdens de coulancetermijn opgebouwde pensioen telt mee bij de afkoop of de omzetting in een oudedagsverplichting.

Voorkomen van dubbele bijtelling bij tijdelijke vervanging

Voor het privégebruik van een auto van de zaak moet een bijtelling bij het inkomen plaatsvinden. Om de bijtelling te beperken kiezen werknemers soms voor een relatief kleine auto of voor een elektrische of hybride auto. Door het formaat of de bescheiden actieradius van deze auto worden de mogelijkheden voor het gebruik beperkt. Vooral tijdens vakanties doen die beperkingen zich gelden. Reizen met een caravan of met veel bagage wordt lastig met een kleine auto. Niet alle hybride auto's mogen een aanhanger trekken. Leasemaatschappijen bieden hiervoor vaak een oplossing in de vorm van tijdelijke vervanging door een andere auto of zelfs een ander voertuig zoals een motor. Zonder verdere maatregelen leidt dat tot dubbele bijtelling voor privégebruik, zowel voor de vaste als voor de tijdelijke auto.

De Belastingdienst heeft met de vereniging van leasemaatschappijen afspraken gemaakt waarmee dubbele bijtelling kan worden voorkomen. Dat kan door in de periode van tijdelijke vervanging de normale leaseauto in te leveren bij de werkgever of bij de leasemaatschappij, inclusief de sleutels en de papieren van de auto. Verder moeten de werkgever en de werknemer schriftelijk vastleggen dat de auto gedurende de periode van vervanging niet aan de werknemer ter beschikking staat. Voor de periode van vervanging wordt de bijtelling dan berekend aan de hand van de catalogusprijs van het vervangend vervoer. Daarom moet de vastlegging de gegevens bevatten voor de berekening van de bijtelling, zoals de catalogusprijs en de CO2-uitstoot, de periode van vervanging en het kenteken van de hoofdauto. Gaat het om ander vervangend vervoer dan een auto, bijvoorbeeld een scooter of een motorfiets, dan wordt de waarde in het economisch verkeer van het privégebruik als loon in aanmerking genomen.

Verhuur auto door werkgever aan werknemer

De Belastingdienst heeft met de Vereniging van Nederlandse Autoleasemaatschappijen een uitvoeringsafspraak gemaakt over toepassing van de bijtelling privégebruik auto in een bepaalde situatie. Het gaat om auto’s die door klanten van de leasemaatschappijen alleen voor zakelijke ritten worden ingezet en gebruikt worden door verschillende werknemers. Wanneer deze zogenaamde poolauto’s niet zakelijk worden ingezet, kan de werkgever de auto’s verhuren aan werknemers voor privégebruik. Wanneer de verhuurprijs die de werknemer moet betalen marktconform is, hoeft er geen bijtelling voor privégebruik plaats te vinden omdat er geen sprake is van een voordeel voor de werknemer.

Het gaat hier niet om een auto die door de werkgever ook voor privégebruik aan een werknemer ter beschikking wordt gesteld. In dat geval is een bijtelling voor privégebruik van toepassing. De werkgever moet wel bijhouden hoe de poolauto wordt gebruikt, bijvoorbeeld met behulp van een rittenregistratiesysteem. De werkgever is verantwoordelijk voor de juiste kwalificatie van ritten als zakelijk of als privé.

Middelingsverzoek te laat ingediend

De middelingsregeling is bedoeld als tegemoetkoming voor het progressienadeel dat optreedt bij sterk wisselende inkomens. Deze regeling houdt in dat de inkomens uit werk en woning (box 1) over drie aaneengesloten kalenderjaren worden samengeteld en gedeeld door drie. Aan de hand van het gemiddelde inkomen wordt vervolgens de belasting per jaar berekend. Als het verschil tussen de geheven inkomstenbelasting en premies volksverzekeringen en de berekende inkomstenbelasting en premies volksverzekeringen over de gemiddelde inkomens meer dan € 545 bedraagt, wordt het meerdere op verzoek teruggegeven. Kalenderjaren die eenmaal in een middeling zijn betrokken kunnen niet in een ander middelingsverzoek worden betrokken, tenzij de eerdere middelingsteruggaaf ongedaan is gemaakt.

Een verzoek om toepassing van de middelingsregeling moet binnen 36 maanden nadat de laatste aanslag over de drie kalenderjaren van het middelingstijdvak definitief vaststaat worden ingediend. Wanneer de aanslag over een jaar van het middelingstijdvak wordt verminderd door verrekening van een verlies uit een ander jaar, dan kan een verzoek om toepassing van de middelingsregeling ook nog worden gedaan binnen twee maanden na het tijdstip waarop de beschikking van verliesverrekening onherroepelijk is geworden. Als het verzoek later wordt ingediend hoeft de Belastingdienst het verzoek niet in behandeling te nemen.

Procedure

Onlangs heeft Hof Amsterdam geoordeeld in een procedure over een verzoek om toepassing van de middelingsregeling. Volgens het hof heeft de Belastingdienst in dit geval het verzoek terecht niet ontvankelijk verklaard. Het ging om een verzoek om middeling over de jaren 2005 tot en met 2007. Op het moment van indienen van het verzoek stonden de definitieve aanslagen over de betreffende jaren al meer dan drie jaar vast. Door verrekening van een verlies uit een later jaar werd de aanslag 2007 verminderd. Het middelingsverzoek had binnen zes weken nadat de verliesverrekeningsbeschikking onherroepelijk was geworden moeten zijn ingediend. De uiterste datum voor de indiening was 30 oktober 2014, maar het verzoek werd pas op 19 november 2014 door de Belastingdienst ontvangen. Een sluitende verklaring voor de te late indiening van het verzoek had de indiener niet. Daarom zag het hof geen aanleiding om de Belastingdienst op te dragen het verzoek in behandeling te nemen.

 
 

Bovenmatige kilometervergoeding

Een vergoeding voor reiskosten is vrijgesteld tot een bedrag van € 0,19 per zakelijk gereden kilometer. Wordt meer vergoed dan dat bedrag, dan vormt het meerdere loon.

Een werknemer ontving een vergoeding van € 0,31 per kilometer voor de zakelijk gereden kilometers. De werkgever merkte deze vergoeding aan als belastbaar loon voor het verschil tussen € 0,31 en € 0,19 per kilometer. De werknemer meende dat dit niet terecht was omdat de kosten per kilometer ten minste € 0,31 bedroegen. Om het in zijn ogen ten onrechte als loon aangemerkte bedrag in aftrek te brengen, verwerkte hij dit met een toelichting als studiekosten in zijn aangifte. De Belastingdienst accepteerde de aftrekpost niet.

In de procedure over de niet geaccepteerde aftrekpost voerde de werknemer aan dat sprake was van discriminatie tussen werknemers met een auto van de zaak, die geen belasting hoeven te betalen over de zakelijk gereden kilometers en werknemers die met hun privéauto zakelijke kilometers rijden en over de vergoeding, die zij ontvangen voor de zakelijk gereden kilometers, wel belasting moeten betalen. Naar het oordeel van de rechtbank en het gerechtshof is de situatie van een werknemer die een privéauto mede zakelijk gebruikt zowel feitelijk als juridisch niet gelijk aan die van een werknemer met een auto van de zaak. De wetgever mag beide situaties dus verschillend behandelen.

BTW oninbare vordering

Tot voor kort was het erg complex om btw op een openstaande vordering terug te vragen bij de belastingdienst. Vanaf 2017 is hier verandering in gekomen! Dus heeft u debiteuren waarvan de facturen maar open blijven staan en waarvan u de btw al heeft afgedragen aan de belastingdienst, lees dan verder.

Debiteuren

Als u een factuur stuurt aan uw klanten, dan moet u direct de btw aangeven en betalen. Betaalt de klant niet of maar gedeeltelijk, dan is uw vordering (gedeeltelijk) oninbaar. De te veel betaalde btw kunt u dan terugvragen. De btw kan teruggevraagd worden zodra zeker is dat een vordering oninbaar is (bijv. bij faillissement). Daarnaast is de vordering in ieder geval oninbaar zodra er 1 jaar is verstreken vanaf de uiterste betaaldatum. De factuurdatum is dan niet belangrijk, maar de datum wanneer de factuur betaald had moeten zijn. Als er geen betalingstermijn is afgesproken, dan geldt de wettelijke betalingstermijn van 30 dagen na ontvangst van de factuur door uw klant.

De termijn van 1 jaar begint te lopen vanaf 1 januari 2017. Staat er bijvoorbeeld een factuur op 31 december 2016 al langer dan een jaar open, dan wordt deze pas op 1 januari 2018 als oninbaar aangemerkt en mag dan pas de btw teruggevraagd worden.

Hoe btw terugvragen?

Het bedrag aan btw dat u kunt terugvragen, wordt verwerkt in de aangifte over het tijdvak waarin de oninbaarheid is ontstaan. De btw wordt dan via de voorbelasting gecorrigeerd. Als de correctie in een later tijdvak gebeurt, dan kan het zijn dat de belastingdienst dit niet goedkeurt. Zodra de factuur alsnog (gedeeltelijk) betaald wordt, moet de verschuldigde btw weer afgedragen worden in het tijdvak wanneer deze is ontvangen.

Voorbeeld

De btw op een factuur die uiterlijk 25 maart 2017 betaald had moeten worden en op 25 maart 2018 nog steeds open staat, moet teruggevraagd worden in de aangifte over het 1e kwartaal 2018.

Niet-betaalde facturen

De andere kant van de nieuwe regeling heeft betrekking op de facturen die u ontvangt van leveranciers. De btw op deze facturen mag u direct aftrekken, ook al heeft u de factuur nog niet betaald. Zodra u deze facturen 1 jaar na het verstrijken van de betalingstermijn (niet factuurdatum) nog niet heeft betaald, moet u de afgetrokken btw terugbetalen aan de belastingdienst. Dit wordt via de voorbelasting gecorrigeerd in de aangifte over het tijdvak waarin de termijn van 1 jaar is verstreken. Hier geldt alleen dat de termijn van 1 jaar begint te lopen vanaf 1 januari 2016. Dus als er nog facturen van 2015 niet betaald zijn, dan moet de btw op deze facturen via de eerste aangifte in 2017 terugbetaald worden. Worden de facturen daarna alsnog (gedeeltelijk) betaald, dan mag de voorbelasting weer teruggevraagd worden.

Doelgroep subsidie praktijkleren uitgebreid

Vanaf het schooljaar 2017/2018 vallen ook leerlingen in het vso, pro en entree in het vmbo onder de subsidieregeling praktijkleren. Leerbedrijven die deze leerlingen een plek geven, kunnen een vergoeding krijgen.

De begeleiding van leerlingen uit het voortgezet speciaal onderwijs (vso), praktijkonderwijs (pro) en de entree-opleidingen in het vmbo is intensief. Bovendien is deze begeleiding te vergelijken met die van vmbo-leerlingen in een leerwerktraject, die momenteel onder de subsidieregeling praktijkleren vallen. Minister Bussemaker van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap heeft laten weten dat daarom nu ook leerlingen van het vso, pro en de entree in het vmbo aan de doelgroep van de subsidieregeling worden toegevoegd.

Voorwaarden voor subsidie praktijkleren

Organisaties die voor het schooljaar 2017/2018 subsidie praktijkleren willen krijgen voor leerlingen van het vso, pro of de entree in het vmbo, moeten met dezelfde voorwaarden rekening houden als bij vmbo-leerlingen in een leerwerktraject:

  • Het gaat om het buitenschoolse praktijkgedeelte in het laatste leerjaar voor vso en pro en voor entree in het vmbo om het derde en vierde leerjaar.
  • Het buitenschoolse praktijkgedeelte omvat ten minste 640 klokuren per schooljaar.
  • De leerling heeft in het laatste lesjaar ook elke schoolweek les op school.
  • De organisatie moet door de Samenwerkingsorganisatie Beroepsonderwijs Bedrijfsleven (SBB) erkend zijn als leerbedrijf.
  • De organisatie moet in minimaal 40 weken begeleiding hebben gegeven om in aanmerking te komen voor het maximale subsidiebedrag (€ 2.700).

Bron: salarisrendement

Tijdklemmen kapitaalverzekeringen vervallen per 1 april 2017

De uitkering uit een kapitaalverzekering eigen woning (KEW) is vrijgesteld van inkomstenbelasting wanneer aan een aantal voorwaarden is voldaan. Er wordt onderscheid gemaakt tussen een lage en een hoge vrijstelling. Voor de lage vrijstelling geldt dat ten minste 15 jaar jaarlijks premie moet zijn betaald. Voor de hoge vrijstelling moet ten minste 20 jaar premie zijn betaald. De jaarpremies mogen de verhouding 1:10 niet overschrijden en de uitkering moet worden gebruikt voor aflossing van de eigenwoningschuld. Deze regeling geldt niet alleen voor de KEW, maar ook voor de spaarrekening eigen woning (SEW) en het beleggingsrecht eigen woning (BEW).

Vervallen tijdklemmen

In een aantal situaties hoeft niet voldaan te zijn aan de duur van premiebetaling om toch een vrijgestelde uitkering te ontvangen. Bij de behandeling van het wetsvoorstel Overige fiscale maatregelen 2017 heeft de Tweede Kamer een amendement aangenomen om de voorwaarde van de duur van premiebetaling, de zogenoemde tijdklemmen, te laten vervallen. Over de gevolgen daarvan is overleg gevoerd tussen het Ministerie van Financiën, De Nederlandsche Bank, de Autoriteit Financiële Markten en het Verbond van Verzekeraars. Dat heeft ertoe geleid dat de staatssecretaris van plan is via een koninklijk besluit de tijdklemmen af te schaffen per 1 april 2017.

In veel gevallen is het overigens niet gunstig om een KEW, SEW of BEW voortijdig te beëindigen, omdat de kosten aan het begin van de looptijd vallen en de opbouw van vermogen en het rendement pas na de eerste jaren plaatsvindt.

Overige kapitaalverzekeringen

In het verleden (voor de invoering van de Wet IB 2001) golden de tijdklemmen ook voor andere kapitaalverzekeringen dan de KEW. Dergelijke verzekeringen kunnen nog steeds bestaan. Ook voor deze verzekeringen kunnen de tijdklemmen vervallen. Omdat het eerder genoemde amendement geen betrekking heeft op deze kapitaalverzekeringen zal dit in een beleidsbesluit van de staatssecretaris worden geregeld.

Goedkeuring

Door het amendement wordt de wettelijke eis dat ten minste 15 jaar jaarlijks premie moet zijn voldaan gewijzigd in de eis dat gedurende de gehele looptijd jaarlijks premie is voldaan. Dat zou tot gevolg hebben dat polissen met een looptijd van 30 jaar, die na 20 jaar premiebetaling premievrij zijn gemaakt, niet aan de eisen voor een vrijstelling voldoen. De staatssecretaris zal in een beleidsbesluit goedkeuren dat personen, die gebruik hebben gemaakt van de mogelijkheid om de polis na ten minste 15 jaar premiebetaling premievrij te maken, geacht worden te hebben voldaan aan de eis dat gedurende de looptijd jaarlijks premie is voldaan.

Fiscaal actueel 2017 nr 1 staat online!

Nummer 2017-1 van het informatiebulletin dat uitgegeven wordt door Register Belastingadviseurs staat online!

Download hier

Hoe voorkom je openstaande facturen? 30 tips

Meer dan de helft van de Nederlandse bedrijven (55%) blijkt regelmatig de dupe te zijn van betalingsachterstanden van klanten en bij grote organisaties ligt dat percentage zelfs nog hoger. Uit onderzoek van de Stichting betalingsonderzoek blijkt dat 61% van de organisaties met meer dan 100 medewerkers meer dan €10.000 mist wegens openstaande facturen van niet betalende klanten.

Ook voor accountants

De gevolgen van openstaande facturen kunnen rigoureus zijn en ook accountants krijgen ermee te maken. Is het niet rechtstreeks, dan wel via gedupeerde klanten. Samen met een aantal experts onderzocht de stichting betalingsonderzoek wat ondernemers ertegen kunnen doen en formuleerde daaruit 30 tips verdeeld over drie categorieën:

Openstaande facturen voorkomen

1:  Evalueer de risico’s

2: Zorg dat de factuur duidelijk is

3: Factureer snel!

4: Plan betaaldata

5: Eenvoudig overzicht in ontvangsten en uitgaven

6: Controleer de kredietwaardigheid van tevoren

7: Stem je betaalverwachtingen en -termijnen af op de kredietwaardigheid

8: Vergroot het betaalgemak van je debiteuren

9: Stem termijnen af op de mogelijkheden van de klant

10: Leg afspraken vast en communiceer ze

11: Bepaal een maximale vordering per klant

12: Vooraf betalen

Het belang van goede communicatie

13: Bepaal je doel voor je contact zoekt

14: Eerst bellen!

15: Dreigen is ‘not done’

16: Kweek begrip bij klanten

17: Koester de klanten die op tijd betalen

18: Onderhoud goed contact met klanten

Openstaande facturen betaald krijgen

19: Stel een goede sommatiebrief op

20: Wees stipt

21: Toon daadkracht

22: Schort werkzaamheden op

23: Is de vordering opeisbaar?

24: Extra kosten in rekening brengen

25: Vermeld incassokosten

26: Maak vooraf afspraken met een incassobureau

27: Weloverwogen keuze voor een incassopartner

28: Denk aan een commerciële kans

29: Opstarten van een gerechtelijk traject

30: BTW terugvorderen

Meer keuzevrijheid bij inloggen op Mijn Belastingdienst

De Belastingdienst is opnieuw een pilot gestart met inloggen op Mijn Belastingdienst. Mensen kunnen naast DigiD ook inloggen met iDIN en Idensys. Daarmee is de Belastingdienst de eerste overheidsorganisatie die deze keuzes aanbiedt. In totaal kunnen 300.000 mensen deelnemen aan de pilot.

iDIN is een inlogmethode via de bank. Zoals mensen inloggen voor internetbankieren loggen ze dan ook in bij Mijn Belastingdienst. De volgende banken nemen deel: ABN AMRO, ASN Bank, ING, Rabobank, RegioBank, SNS Bank en Triodos Bank. Inloggen via Idensys kan ook. Dit zijn verschillende inlogmiddelen die het bedrijfsleven ontwikkelde in samenwerking met de overheid zoals SecureIdentity, CreAim, DigIdentity en KPN.

Veilig en betrouwbaar

Doel van de pilot is in 2017 te onderzoeken of deze mogelijkheden, naast het vertrouwde DigiD, meer gemak, veiligheid en betrouwbaarheid bieden bij de digitale aangifte of het doorgeven van wijzigingen. DigiD blijft bestaan als publieke inlogmethode die nog steeds voldoet aan alle eisen.

Vorig jaar hebben de overheid en het bedrijfsleven de verschillende inlogmiddelen getest. De resultaten van deze testen waaraan de Belastingdienst meedeed zijn positief. Daarom wil het kabinet het aanbieden van meerdere inlogmiddelen gaan invoeren . De Tweede kamer is akkoord gegaan met vervolgpilots.

Best passend

Mensen kiezen wat hen het beste past: inloggen met DigiD, iDIN of Idensys. Iedereen is vrij om het inlogmiddel te kiezen dat voor hem het gemakkelijkste is. Zoals het middel dat iemand bijvoorbeeld al gebruikt voor het inloggen bij banken of zorginstellingen.

De verschillende inlogmiddelen zijn ook bruikbaar voor mensen die in het buitenland wonen en niet over een DigiD beschikken. De afhankelijkheid van één manier van inloggen verdwijnt en daardoor neemt de gevoeligheid voor storingen af.

Strenge eisen

Banken, deelnemende bedrijven en Belastingdienst wisselen alleen gegevens uit die nodig zijn voor de identificatie. Financiële of andere gegevens worden niet gedeeld. Alle inlogmiddelen moeten aan strenge wettelijke eisen voldoen op het gebied van privacy, veiligheid en gebruiksvriendelijkheid. Alleen dan kunnen zij gebruikt worden voor inloggen bij de overheid en andere organisaties die het Burgerservicenummer mogen gebruiken. De overheid houdt hier toezicht op.

Moderne interactie

De keuzevrijheid bij het inloggen sluit aan bij de steeds verdere digitalisering. Denk aan online bankieren, shoppen en online contact hebben met een zorginstelling.

De ambitie van de Belastingdienst is om de interactie met de burgers moderner en makkelijker te maken, waarbij veiligheid voorop staat. De keuze tussen verschillende inlogmogelijkheden zorgt ervoor dat transacties met de Belastingdienst weer iets makkelijker digitaal af te handelen zijn.

Valkuilen bedrijfsoverdracht familie

De overdracht van het bedrijf in de familiesfeer is een complexe gebeurtenis. Het blijkt nogal eens mis te gaan bij de generatiewissel. Hier gaan we in op veel voorkomende valkuilen.

Emoties

De belangrijkste valkuil is de emoties die binnen de familie soms hoog kunnen oplopen. Het komt voor dat de zoon of dochter op grond van emotionele overwegingen tot opvolger is gebombardeerd. Maar is diegene ook capabel genoeg? En is de wil er wel om de ouders op te volgen?

Tip: Het begint bij goede gesprekken tussen ouders en kinderen. Het is van cruciaal belang voor de continuïteit van het familiebedrijf dat de neuzen dezelfde kant op staan. Ouders en beoogd opvolger moeten zichzelf in de spiegel durven aankijken. Is er geen match dan moet een opvolger buiten de familie worden gezocht.

Nalaten vernieuwing

Een nieuwe generatie betekent nieuwe inzichten in tijdperken die veranderen. Vernieuwing op het gebied van automatisering wordt vaak nagelaten. Hierdoor wordt de aansluiting met de veranderingen in de branche gemist. Vernieuwing binnen het familiebedrijf is noodzakelijk, zeker bij de wisseling van de wacht.

Tip: Combineer de kennis van de oude generatie met de heldere blik van de nieuwe generatie en creëer samen een visie op de toekomst voor het familiebedrijf!

Deskundige begeleiding

De bedrijfsoverdracht is niet alleen een financieel traject. Er komen ook veel juridische en fiscale aspecten bij kijken. In de praktijk blijkt het familiebedrijf niet altijd externe hulp in te schakelen. Dit komt het opvolgingsproces niet ten goede.

Om de bedrijfsoverdracht in goede banen te leiden is externe hulp inschakelen een must. Een onafhankelijke partij kan dan samen met de accountant en/of fiscalist tot een optimale begeleiding van dit ingewikkelde proces komen. U kunt ons hierover altijd bellen.

Dga kan onzakelijke lening aan bv zonder activa niet afwaarderen

Rechtbank Den Haag oordeelt dat de inspecteur aannemelijk maakt dat er sprake is van een onzakelijke lening. De inspecteur heeft de afwaardering dan ook terecht niet geaccepteerd.

Belanghebbende, X, treedt in dienst bij W bv. R bv, waarvan X de aandelen houdt, neemt daarbij, voor € 100.000, een belang van 33,33% in W bv. R bv leent dit bedrag bij X. In zijn IB-aangifte 2012 waardeert X de lening met € 97.656 af. W bv gaat in 2013 failliet. De inspecteur accepteert de afwaardering niet.

Rechtbank Den Haag oordeelt dat de inspecteur aannemelijk maakt dat er sprake is van een onzakelijke lening. De rechtbank overweegt hierbij dat op het moment van aangaan van de lening geen in wezen niet winstdelende rente kon worden bepaald waaronder een onafhankelijke derde bereid zou zijn geweest om onder dezelfde voorwaarden en omstandigheden de lening te verstrekken. De rechtbank acht daarbij van belang dat de risico's met betrekking tot de rentebetalingen en aflossingen geheel bij X liggen. Verder wijst de rechtbank er op dat zekerheden ontbreken. Ook wijst de rechtbank er nog op dat R bv, die niet over noemenswaardige activa beschikt, voor haar inkomsten afhankelijk is van de door W BV uitgekeerde dividenden, maar geen invloed kan uitoefenen op het door W BV gevoerde dividendbeleid. X kan de lening niet afwaarderen.

Zonnepanelen? Extra zakelijk voordeel met investeringsaftrek

Overweegt u zonnepanelen voor uw bedrijfspand, laat dan geen extra voordeel liggen. U heeft namelijk recht op investeringsaftrek, tenzij u investeert in zogenoemde geïntegreerde zonnepanelen.

Zonnepanelen leveren elektriciteit op die u zelf gebruikt voor uw bedrijf. Het overschot aan elektriciteit levert u terug aan het net. Investeert u bedrijfsmatig in zonnepanelen dan komt u (met uitzondering van de zogenoemde geïntegreerde zonnepanelen) in aanmerking voor de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA). Dat is ook het geval als u investeert in een zonneboiler of zonnecollector.

De investering in (niet geïntegreerde) zonnepanelen telt voor de berekening van de KIA mee met andere investeringen in bedrijfsmiddelen. Investeert u in 2017 voor meer dan € 2.300, dan kunt u 28% van het investeringsbedrag in aftrek brengen. De KIA neemt af naarmate het investeringsbedrag hoger is. Bij een investeringsbedrag van € 312.176 of meer is geen aftrek meer mogelijk.

Let op! Een investering telt pas mee voor de KIA als het bedrijfsmiddel minstens € 450 kost.

Naast de KIA, kunt u voor bepaalde zonnepaneleninstallaties en zonnecollectorsystemen ook energie-investeringsaftrek (EIA) aanvragen. Dergelijke investeringen moeten dan wel voorkomen op de Energielijst 2017. De EIA is een extra fiscale aftrekpost van 55,5% van de investeringskosten.

Let op! Om in aanmerking te komen voor de EIA moet de energiezuinige investering meer bedragen dan € 2.500. Bovendien moet u binnen drie maanden na het aangaan van uw investeringsverplichting, de investering aanmelden bij RVO.nl.

Overzicht WOZ-waarden van alle gemeenten

In het overzicht hieronder vindt u alle 388 gemeenten met ofwel een link naar het WOZ-waardeloket ofwel een alternatieve website waar deze informatie is te vinden.

Bij een klein aantal gemeenten wordt verwezen naar een e-mailadres: bij die gemeenten kunt u de WOZ-waarde van woningen alleen per email of via het algemene telefoonnummer opvragen.

Aansluiting WOZ-waardeloket

Het is de bedoeling dat in de toekomst de WOZ-waarde van alle woningen in Nederland opgevraagd kan worden via het WOZ-waardeloket. Op dit moment zijn echter nog niet alle gemeenten aangesloten op de database waarin deze gegevens staan (de Landelijke Voorziening WOZ). Daarom verstrekken sommige gemeenten deze informatie nog op een andere manier.

Minister Plasterk heeft naar aanleiding van Kamervragen over aansluiting van gemeenten bij het WOZ-waardeloket, laten weten dat het belangrijk is dat gemeenten zo snel mogelijk worden aangesloten bij de Landelijke Voorziening WOZ (zie hieronder voor de Kamervragen en de antwoorden van de minister).

Meer gegevens openbaar

Het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft een werkgroep opgericht die gaat adviseren over mogelijkheden om meer gegevens dan alleen de WOZ-waarde van woningen openbaar te maken. Aan die werkgroep nemen deel, naast het Ministerie van BZK, VNG, Unie van Waterschappen, Ministerie van Financiën en de Waarderingskamer.

 
 
 

Het eerste jaar zijn alle adviesgesprekken voor nieuwe cliënten en starters kosteloos!

logo kempen kuppers 150